Het is zaterdag boevenweer, veel wind en nog veel meer regen. Niet echt uitnodigend om eens een lekker stukje te gaan hardlopen. Op zondag lijkt het iets beter te worden en daar moet ik dan maar voor gaan. De vraag is: Waar ga ik lopen en hoe ver? Op 26 februari 2012 wordt voor de 1emaal de Trailrun by the Sea gehouden en daar heb ik mij voor ingeschreven. Daarnaast is het vaak zo dat het aan de kust met regen wel meevalt. Dus mijn keuze is snel gemaakt ik ga het parcours van de Trailrun by the Sea lopen als proloog/parcoursverkenning. Afstand is ongeveer 33km, met stukken over het strand, door de duinen en het bos en een stuk ‘binnenland’ van Schouwen-Duiveland. Zie het kaartje:

Figuur 1 – Het parcours
De rit naar het beginpunt (en ook het eindpunt) verloopt zonder problemen. Vlakbij de duinovergang is een parkeerplaatsje waar nu niet betaald hoeft te worden (in tegenstelling tot het hoogseizoen). Het aantrekken van mijn loopkleding is door de wind een frisse bedoeling, ondanks de beschutting van de auto. Ik ben dan ook rap start klaar.

Figuur 2 – Ready to go
Het eerste stuk gaat al gelijk over het strand. Direct merk ik dat de wind tegen is en dat betekent harder werken. Gelukkig is het laagwater en is een breed stuk hard zand beschikbaar, dat scheelt weer wat. Het is nog rustig op het strand, slechts hier en daar zie ik wat wandelaars. Ook liggen er op een paar plekken grote hoeveelheden buizen die een pijpleiding vormen voor het opspuiten van weggeslagen zand. Ze zijn ze zelfs nu aan het monteren, geen weekend voor deze mannen!
Zo, ik ben bij kilometer 4. Het eerste stukje strand is achter de rug. Het gaat wel redelijk zo. Even een fotootje maken en dan hup het duin over. Deze klim is goed te doen. Na de afdaling gaat het even naar beneden en dan rechtsaf verder over een schelpenpaadje dat over het algemeen redelijk vlak is. De duinen schermen mij nu van de wind af en dat geeft vooral mijn oren even rust (ondanks de pet), eindelijk geen windgeruis. Even later lijkt het alsof ik weer het strand op ga, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het pad gaat vlak achter de duinen weer verder. Pas vlakbij kilometer 7 gaat de route weer naar het strand. Niet richting de vloedlijn met hard zand, maar een beetje tussen wat lage duintjes door. Hier en daar is het zand zachter en het is dan net of je voeten even blijven hangen en dat loopt dus ook wat moeilijker. Pas aan het eind van deze ‘zandstraat’ kan ik weer naar de vloedlijn lopen en het laatste stuk strand van dit deel achter me te laten.
Even voorbij kilometer 8 klim ik weer over het duin heen en kom bovenaan terecht bij een paal die aangeeft dat hier ’t Oude Vuurpad loopt. Dat is niet mijn weg en ik ga weer verder.

Figuur 3 – Bij ‘t Oude Vuurpad
Aha, daar komt het eerste deel van een single track inzicht. Daar duik ik in en zie aan de rechterkant flinke heuvels in de duinen opdoemen. Merkwaardig genoeg is het paadje op het losse zand na niet al te heftig en ik kan lekker doorlopen. Het is een stuk van ongeveer 2 km dat veel weg heeft van een slalom. Na dit paadje gaat het rechtsaf naar de volgende duinovergang voor het volgende stuk strand, voorlopig het laatste stuk.
Zo nog even een kilometertje strand erbij (van 11km tot 12km) en dan weer over een erg steil pad omhoog en weer naar beneden. Aan het eind ga ik een hek door naar het Meeuwenpad en dan blijkt het feest te gaan beginnen, zand, veel zand en redelijk los zand.

Figuur 4 – In de zandbak, Meeuwenpad
Hier zitten klimmetjes en afdalingen bij. Met smalle paadjes en brede stukken. Zo af en toe herken ik de sporen van een andere lopers. Ik weet dat vandaag ook een groepje de boel aan het verkennen is en de sporen moeten welhaast van dit groepje zijn. Zo nu en dan kom ik wandelaars tegen die ik dan vriendelijk groet. De meesten groeten terug, dat is weleens anders.
Aan alles komt een eind, zo ook aan deze zandbak al kostte het hier en daar wel moeite. Na het zand komt het bos. Ook hier de nodige single tracks en de klimmetjes lijken net even wat steiler en langer te zijn. In ieder geval kost het zo nu en dan aardig wat moeite om naar boven te komen en is het afdalend weer wat herstellen. Een aantal van de klimmetjes wandel ik naar boven. Naar nu blijkt is wat mij betreft het deel van kilometer 11 tot aan kilometer 20 het zwaarste deel van het parcours. In ieder geval wat hoogteverschillen en terrein betreft. Dit deel van het parcours is naar mijn idee het leukst om te doen en heeft de hoogste funfactor: werken, klimmen, dalen en slingeren. Dat is voor mij het echte trailwerk.
Na het bos gaat het parcours over een stuk min of meer open terrein dat hoort bij het landgoed Slot Haamstede, de Zepeduinen. Dit vormt een soort overgang naar het laatste deel van het parcours. Vanaf nu is het parcours min of meer vlak. Eerst komt het Schelpenpad en dat zie je niet alleen, je hoort het ook door het kraken onder je schoenen. Dan loop ik achter een aantal campings langs over stukken graas en een soort van bospad. Daar valt weinig te zien. Uiteindelijk kom ik uit bij een camping met de naam Groenwoud. Na ongeveer 1 kilometer loop ik nog door een klein bos met de naam Gadrabos om uiteindelijk uit komen op een soort fietspad. Dit fietspad is niet echt ‘verhard’ met een wegdek, maar is wel hard. Hier heb ik een ruim uitzicht over het landschap zodat ik me niet hoef te vervelen tijdens het lopen. Dit zijn de Vroongronden lees ik op een informatiebord. Aan het eind van het fietspad sta ik voor de bebouwde kom van Renesse en kom ik ook de grazers tegen die op de Vroongronden hun domein hebben.

Figuur 5 – Bij …
Hier eindigen eigenlijk ook de ‘echte trails’ (op het laatste stukje na dan). Het parcours loopt nu door de bebouwde kom, door straten met diverse woningen, vakantiehuizen en optrekjes die de gemiddelde Nederlander nooit kan betalen. Op een gegeven moment lopen bij een huis zelfs een paar herten met flinke geweien in de tuin! Die wilde ik op de foto zetten, maar dat lukte niet erg. Ze kozen al snel het hazepad (of is het dan het hertenpad?).

Figuur 6 – Wie heeft er nu herten als huisdier?
Eindelijk kan ik de huizen van Renesse achter me laten en via een onverhard pad kom ik bij de op een na laatste duinovergang. Daar moet ik een flinke trap oplopen en aan de ander kant weer afdalen om zo op het laatste stuk strand te komen. Heb ik op het strand toch nog een stukje wind in de rug. Nog een laatste keer ga ik de duinrand over en ik ben weer terug bij af.
Snel de loopkleren uit (het is nog steeds fris) en de droge warme kleren aan. Een hapje en een drankje zijn het begin om de energievoorraad weer op peil te gaan brengen.
Al met al was het toch wel een inspannend loopje, wind, veel zand (los en hard), soms pittige klimmetjes en afdalingen. Typisch Zeeuwse duinen zou ik zeggen. De omgeving maakt het zeer de moeite waard om in dit gebied rond te lopen. Op enkele verdwaalde druppels na geen regen gehad. Ik kwam uit op ruim 34 km in 4:40 en dat is inclusief foto-stops en eet-stops.
Een aantal van de foto’s staan in het verslag. Alle foto’s kan je vinden in mijn Picasa album: de foto’s
Voor degenen die het parcours ook wel eens willen lopen is mijn advies om, als je niet bekend bent met het parcours, de route in een gps of ander wegwijzer apparaat te zetten (er is een gpx-bestand beschikbaar). Het wemelt in het gebied van de paden en dan is het lastig om het juiste paadje te kiezen.
Voor meer informatie zie Trailrun by the Sea.
Jan Pieters